Luisteren & toelaten

Foto: Marte Boneschansker - OPSTAND, copyright Karin Jonkers

Als ik luister is mijn lichaam meestal vrij. Een podcast opzetten betekent dat ik me kan bewegen op elke mogelijke manier: ik kan springen, draaien, zitten, grijpen, frunniken, liggen, schoonmaken, lopen.

Zodra ik met meer mensen luister, zoals tijdens een evenement of een voorstelling, kan een audioverhaal voor mijn gevoel al niet meer een podcast zijn, zelfs als het zichzelf wel zo presenteert. Op zo’n moment is mijn lichaam niet vrij meer; ik bevind me in een afgebakende ruimte, samen met andere mensen waartoe ik me verhouden moet. 

In een theater word ik samen met zo’n dertig andere mensen een halfdonkere zaal in geleid. Er is geen podium en er zijn geen theaterstoelen; de enige voorwerpen in deze ruimte zijn boxen in de vier hoeken en een groot, vierkant object bestaande uit langwerpige panelen van zo’n twee meter hoog in het midden van de zaal. 

Opstand, zo heet de nieuwe voorstelling van theatermaker Marte Boneschansker. Bijna altijd werkt ze met eerder opgenomen stemmen van echte mensen, wier verhalen achter elkaar gemonteerd zijn en voorzien zijn van soms dromerige gitaren en soms opzwepende, elektronische muziek. Je kunt je afvragen of Boneschansker een podcastmaker is: het werk dat zij doet (researchen, interviewen, monteren) is precies het werk van een podcastmaker, maar het verschil is dat Boneschansker in haar werk lichamen vaak laat handelen. De bezoeker loopt, eet, ligt, wordt aangeraakt of maakt contact met een ander. 

Boneschansker vertrekt voor elke voorstelling vanuit een ander thema en pluist maandenlang een onderwerp uit. 2025 was voor haar het jaar van verzet, waar de theatrale audiovoorstelling Opstand uit ontstond. 

Als eerste krijgen we van een van de vier performers een paar vragen voorgelegd, zoals wie van ons vrijwilligerswerk heeft gedaan of wie op vakantie gaat met het vliegtuig. Afhankelijk van onze antwoorden moeten we ons naar de ene of de andere kant van de zaal verplaatsen. Doordat we ons telkens in verschillende samenstellingen opdelen, wordt duidelijk dat er een zekere gelijkheid tussen ons bestaat. En toch kan ik niet om één ding heen: hoewel het rode licht in de zaal van iedereen onduidelijke schimmen maakt, zijn de meeste bezoekers hier wit. Ik ben in de minderheid. 

Als ons gevraagd wordt om een partner te zoeken die we niet uit het oog mogen verliezen, sta ik tegenover een man waar ik me meteen prettig bij voel. Hij heeft een warme, speelse uitstraling en heeft ook een niet-Nederlandse culturele achtergrond.

Dan begint de audio af te spelen. Allerlei stemmen vertellen waarom en wanneer zij in opstand kwamen, afgewisseld met afwachtend of spannend getokkel van elektrische gitaren. De geïnterviewden hebben verschillende achtergronden en motivaties, vertellen ze; sommigen ervaren zelf onrecht, anderen zetten zich in voor mensen buiten hun eigen groep. 

De in het donker geklede performers naderen met barse gezichtsuitdrukkingen het object in het midden en vouwen de langwerpige panelen, die aan elkaar scharnieren zoals een kamerscherm, uit. Het geheel wordt een grote, verrijdbare wand die in allerlei vormen gebogen kan worden. Op zijn langst beslaat de wand de lengte van de zaal. 

De performers beginnen die wand te gebruiken als muren die ons dwingen om ons door de ruimte te verplaatsen. Van de linkerkant lopen we, als de onheilspellende schermen ons naderen, opgejaagd naar de andere muur, waar de wand ons even later weer dreigend tegemoet rolt en ons dwingt dichter bij elkaar te staan. Het is duidelijk dat de rijdende muur ons moet doen voelen wat de geïnterviewden in de maatschappij ervaren: verdrukking, onrecht, controleverlies. Natuurlijk weten we dat deze setting geconstrueerd is, want de schuivende wanden zijn een bedacht systeem dat macht over ons heeft. Hier zijn we zogenaamd niet vrij. 

Ondertussen herken ik een van de stemmen, ik heb weleens video’s van hem gezien. Al jaren strijdt hij tegen allerlei vormen van onrecht; als zwarte man heeft hij veel discriminatie ervaren en zijn steun voor Palestina kostte hem bijna zijn baan. Een andere activist spreekt ons direct aan: ‘Wat doe jij zelf om te zorgen dat Palestina bevrijd wordt? Dat kapitalisme wordt gesloopt? Dat er geen homofobie meer is op de wereld?’

De schermen naderen ons, we moeten snel lopen. Mijn partner pakt plots mijn hand vast en trekt me mee zodat we niet ingesloten raken. Het is een functioneel, doodnormaal gebaar, maar op dit moment is het onverwacht intiem. We zijn samen, zo voelt het. Iemand bekommert zich om me – wat er ook gebeurt, hier zal hij bij me zijn.  

Als we weer twee ongebonden lichamen zijn, herken ik opeens de stem van een vriendin. Direct zie ik haar voor me zoals ik haar goed ken: strijdbaar, empathisch, vurig. Ze vertelt over het moment waarop zij echt actief werd: tijdens de coronapandemie leefden asielzoekers onder erbarmelijke omstandigheden op Moria, maar niemand keek naar hen om. Het doet haar hoorbaar pijn dat mensen die niets anders zoeken dan veiligheid – zoals zij ook ooit eens deed, en ik ook – worden gedehumaniseerd. ‘Mensen moeten doorhebben hoe rigged het systeem is van rijen aan mensen die we wel of niet willen hebben.’ 

Door haar stem ben ik even losgeraakt van het hier en nu en mis ik dat er door is gerold met de wand. De performers hebben van de schermen een vierkant gemaakt in het midden van de zaal, waarbinnen een paar van ons opgesloten zijn. 

Ah, dit is kennelijk het moment dat we moeten ingrijpen, moeten laten zien dat wij geen passieve massa maar een groep opstandelingen zijn. Dus beginnen er een paar mensen te trekken aan de plots onbeweeglijke wanden om de gevangenen te bevrijden. 

Ik voel weerstand om mee te doen aan dit spel. Want het is weinig meer dan dat; we weten dat we allemaal binnen een uur deze ruimte zullen verlaten, iedereen nog heel, iedereen nog met dezelfde rechten. Maar ik weet niet of er niet een moment komt in mijn leven waarop de meerderheid van deze mensen me echt in bescherming zullen nemen of me zullen laten stikken omdat ik de ander ben, of dat ik dat bij anderen zal doen. Niets van wat in deze ruimte gebeurt kan daar een voorspeller van zijn. 

Dus ik sta stil en ik kijk en ik denk: waarom is het niet genoeg als mensen zoals ik vertellen over hoe onderdrukking onze levens vormt? Waarom is het niet genoeg onze stemmen te horen? Waarom moeten meer geprivilegieerde mensen zelf eerst iets van onderdrukking ervaren voor ze in beweging komen? Ondertussen doe ik braaf mee tijdens de rest van de voorstelling waarin we aan de wanden duwen of trekken. 

Ik vraag me af of het anders zou zijn als ik Opstand als podcast had gehoord, dus na een paar weken vraag ik Boneschansker of ik de audio kan ontvangen. Terwijl ik thuis een salade snijd luister ik naar dezelfde stemmen als in die afgesloten ruimte. 

Nu ik hier thuis ben, niet omgeven door anderen die me misschien als minderwaardig zien, kan ik echt toelaten wat ik hoor. De geïnterviewden zijn moedig, strijdbaar, vurig, en hun woorden zijn een impliciete aanmaning: we kunnen allemaal in verzet komen, ondanks onze verschillen. 

De visie van de maker openbaart zich meer voor mij dan toen ik me in de zaal begaf. Opstand streeft ernaar een zekere gezamenlijkheid op te zoeken. Niet in de wijzen waarop we als individu of als een specifieke groep worden onderdrukt, maar gezamenlijkheid in ons vermogen om te handelen als we onrecht zien. Bij mij roept kennelijk vooral de luisterervaring dit gevoel op en niet het spel in de zaal. 

Maar toch, hoezeer ik nu ook opgeslokt ben door het verhaal, hoezeer mijn lichaam zich nu ook vrij voelt, in de geborgenheid van mijn eigen huis, met niemand om me heen tot wie ik me verhouden moet, er kriebelt iets in me. Ik verlang plots terug naar die zaal. Naar dat ene moment ergens halverwege dat iemand een hand naar me uitstak en ik die pakte. Naar toen ik gebonden was aan iemand en iemand zich aan mij verbond. Er was daar iemand die zich om me bekommerde, iemand die bij me was. 

Nu is er niemand naast me die ook luistert. Ik ben hier, alleen. 


Mina Etemad is een van de deelnemers aan Van A, naar B, naar Podcast, twee schrijflabs ontwikkeld door Domein voor Kunstkritiek en Podcastnetwerk om een gegronde kritiek voor podcasts en audioverhalen te stimuleren. Mediapartner is De Groene Amsterdammer, host is ILFU, presentatiepartner is OORZAKEN Festival. De schrijflabs worden financieel mede mogelijk gemaakt door de Gemeente Utrecht en het K.F. Hein Fonds. Lees ook de andere teksten van de deelnemers op de website van De Groene Amsterdammer en in dit dossier.