Hoe klinken de toekomst, de oceaan, het hiernamaals?

Cover podcast Drift

Grote kans dat u podcasts associeert met true crime-docu’s, monologen, of geklets (de chatcast) waarin het menselijk stemgeluid domineert. Maar op het podcastmenu prijken tegenwoordig vele andere, wonderlijke luisterervaringen, waar een rijkelijke dis mee samengesteld kan worden. Want wat valt er te horen in auditieve sci-fi? Hoe klinkt een audio-natuurdocumentaire? En hoe maak je audio van dingen die ons voorstellingsvermogen te boven gaan – zoals geesten? Kortom: hoe klinken niet-menselijke stemmen in podcasts?

Hoe klinkt de oceaan?

Unk, Boop, Kwa – dit zijn niet mijn woorden, dit zijn vissenaccenten. Het is ook de titel van een aflevering uit de bekroonde BBC-podcast Threshold: Hark. Daarin komen niet-menselijke levensvormen aan het woord: slijmwezens, vissen, planten, grofweg in volgorde van evolutie. Threshold: Hark wil een ‘luisterrenaissance ontketenen’ aldus de synopsis, ‘en onderzoeken wat het betekent om te luisteren naar niet-menselijke stemmen.’ We wéten dat ze communiceren: schimmels, planten, waterwezens. Maar hoe klinkt het? Hebben ze taal, accenten, muziek? Huilen vissen, net als wolven, naar de maan? (Spoiler: ja!) In aflevering twee laat presentator Amy Martin in een wak in een bevroren Zweeds meer haar microfoon zakken. Er klinkt wat geschraap en gebonk. ‘Dat is mijn assistent’, licht ze toe – hond CJ. Het duurt namelijk nog even tot de vissen bijten. Maar wat volgt is een anticlimax. Welgeteld vier keer komen vissen aan het woord – zonder achtergrondgeluid te zijn. Een snoekbaars (een percussie-achtig sh-sh), een makrelenkoor (nagels over een schoolbord), een ongeïdentificeerde vis uit het bevroren meer (bonk) en een walvis (een Orkachtig gegrom). Het grootste deel van de 37 luisterminuten horen we menselijke stemmen, die ons van alles uitleggen. Zo blijft het perspectief van Threshold: Hark vooral bij de mens. Wel wordt er een speciaal soort mens in het zonnetje gezet: de mensen die het monnikenwerk op zich nemen om echt naar de natuur te luisteren. ‘Er zijn nog zó veel geluiden die ik niet heb beluisterd!’, roept een vissengeluidenonderzoeker uit. Een ander zou er moedeloos van worden, maar zij niet: ‘Wat een geluk dat ik dit mag doen!’.


Hoe klinkt het hiernamaals? 

‘Er is hier zeker iets, of ik word geflest’, fluistert Tom Hofland. Stilte. Kunnen we ook bovennatuurlijke geluiden in een podcast vangen? Geestenjagers van Podimo doet een poging. Makers Hofland en Pascal van Hulst hebben een fascinatie voor spookverhalen. Eerder vertaalden ze die naar interviewpodcasts (zoals Er is iets vreemds gebeurd), maar daarin hoorden we vooral mensen vertellen over spoken. De geesten, wezens van gene zijde en andere boemannen hielden zich stil. In Geestenjagers gaan de makers naar ze toe. Maar hoe vang je iets op audio dat hoogstwaarschijnlijk niet bestaat – of alleen in verhalen? Laten we maar beginnen met het slechte nieuws: er klinkt in deze podcast welgeteld geen enkele geest, spook of paranormale entiteit. De makers komen niets tegen dat op audio gevat kan worden. Wel praten ze over toevalligheden in hun leven en Van Hulsts drugservaring. Nooit wordt het echt griezelig – misschien door het karige sounddesign: we horen geen kerkers, kastelen of oude landhuizen. Geen opvliegende vleermuisvleugels, geen galmende kelder, geen krasjes tegen het raam. Wel af en toe wat klassieke pianomuziek. De makers hebben niet de verleiding kunnen weerstaan om de hele podcast vol te praten met voiceovers en dialoog. Zo komen we veel te weten over Hofland en Van Hulst, maar blijven we ook vast in het antropocentrische aardse perspectief.

Hoe klinkt de toekomst?

Wie podcast DRIFT luistert, van audiocollectief De Merel Uit De Machine, stapt in een stroomversnelling van telenovelle-achtige scènes, dagboekfragmenten, radiojournaals (‘The Water Forecast’), telsellcommercials (‘Nu: Kennisextractie! Bijwerkingen kunnen zijn: existentiële angst en hoofdpijn’), de verhalen van een barman, soundscapes uit technoclubs en een alwetende verteller in de vorm van een octopus. Je zou het ‘aquafuturisme’ kunnen noemen. We volgen medewerkers van een mysterieus archief – nogal omineus de ‘essential workers’ genoemd – op een belangrijke missie. Dit is Nederland anno 2525, waarin de opkomst van de zeespiegel even spoedig is verlopen als die van AI.
Dat gegeven komt ook terug in het maakproces van DRIFT. DRIFT is namelijk ‘generatief’. Kunstmatige intelligentie stelt, op basis van een vast script, afleveringen samen, husselt dialogen, en zet dagelijks zo’n aflevering klaar. Dit alles duurt één maancyclus, dan wordt de reeks afleveringen gewist en een nieuwe gemaakt. Je hebt elke maand dus een unieke luisterervaring. De hoofdplotlijn blijft voor elke luisterbeurt ongeveer hetzelfde. Ik stapte als luisteraar in op dag tien, op circa eenderde van een lopende verhaalreeks. In Waterdam, zo hoor ik, doen allerlei innovatieve computers ons waterbeheer, en leven mens, water en tech in een co-existentie. 

Hoe dat alles klinkt? In één van de eerste afleveringen bevind ik me onderwater. Het bubbelt, bruist, stroomt. Een jonge vrouwenstem zwemt rondom me. Dat bedoel ik vrij letterlijk; doordat het geluid zich gradueel van mijn linker- naar mijn rechteroor verplaatst is het alsof de vrouw kloksgewijs rondjes om me heen zwemt – tamelijk geniaal gedaan.      

In  28 afleveringen ontvouwt zich een plot over een innovatie-idylle die toch totalitaire trekjes vertoont. Het feit dat ik later instap is geen enkel probleem, de stemmen en scènes zijn zo distinct dat ik de verhaallijnen makkelijk kan volgen. Sommige verhaalelementen, zoals weersomstandigheden, fluctueren met de realtime informatie van maanstanden en het KNMI. De stemmen van de acteurs zijn door AI geanalyseerd, op basis waarvan de computer nieuwe dialogen kan uitspuwen. Zowel in vorm als inhoud zoeken de makers dus naar een symbiose van mens en machine. Zo spiegelen ze ons een toekomst voor, één waarin AI ons leven (en misschien ook de podcastwereld) beheerst. Het verhaal had, denk ik, ook zonder de AI-gebruik verteld kunnen worden. Is het wrang dat de makers die een natuurvriendelijke boodschap willen uitdragen, over stijgende zeespiegels, dat doen met de water-slurpende AI-techniek? Het collectief wil zelf graag vooroplopen en zo veel mogelijk ‘duurzame datacenters’ gebruiken, vertelt de groep bij navraag. De AI stelt ze in staat om ‘de natuur mede het verhaal te laten bepalen, zonder onze invloed.’ Het doet me denken aan de titel van een roman van Nadia de Vries: ‘overgave op commando’. Want is het de natuur die het verhaal dicteert of zijn het de computerprompts? 

De makers van DRIFT doen wel iets gedurfds: ze laten de controle over hun schepping een beetje los. En dat is knap, voor een ervaring die zich helemaal afspeelt in audio.

Marthe van Bronkhorst is een van de deelnemers aan Van A, naar B, naar Podcast, twee schrijflabs ontwikkeld door Domein voor Kunstkritiek en Podcastnetwerk om een gegronde kritiek voor podcasts en audioverhalen te stimuleren. Mediapartner is De Groene Amsterdammer, host is ILFU, presentatiepartner is OORZAKEN Festival. De schrijflabs worden financieel mede mogelijk gemaakt door de Gemeente Utrecht en het K.F. Hein Fonds. Lees ook de andere teksten van de deelnemers op de website van De Groene Amsterdammer en in dit dossier.