[HANDGRASMAAIER, ROEZEMOEZENDE BIJEN, GROTE KOEKOEKSHOMMEL]

Pejk Malinovski, BBC - Podcast A Cow a Day

Ik groeide op zonder radio en tv, maar lummelend op het tafelkleed op het grasveld in de achtertuin luisterde ik als kind naar de Tour de France. Dan was er ineens een radiotoestel dat buiten de zomervakanties om niet leek te bestaan. Mijn soaps waren de ruziënde buren, de eekhoorns in de heg, bruidsvluchten van mieren en wespen. Ik was een tiener die meer planten en dieren in de directe leefomgeving herkende dan logo’s van merken uit de populaire beeldcultuur. Ik ontwikkelde me door de directe wereld om me heen, niet door eentje die kwam uit apparaten.

Ik denk weleens dat ik in een verkeerde tijd ben geboren, maar volgens mij is het adequater om te zeggen dat ik op een andersoortige plek opgroeide. Ik had een verdwijnpunt in de vorm van een kaartenbak met daarin de verwijzing naar boeken. Boeken die op alfabetische volgorde weggeborgen waren volgens een systematiek waarin ik fysiek de weg wist.

In ieder gevonden boek een alternatieve plek om heen te gaan. Alleen hyperfocus zorgt bij mij voor goede filters in mijn gehoor.

[SCHEUREND THEEZAKJE, KOKEND WATER IN WATERKOKER, RESONERENDE GLAZEN]

Ik ga in de voortuin zitten. De natuur en ik hebben onze straat, nu het herfst wordt, terugveroverd op de buren en hun lawaaierige geluidsboxen. Het delicate pfrrrrrrt-geluid van fladderende mussenvleugels kietelt in mijn oren en veroorzaakt een aangename streling naar beneden over mijn ruggengraat. Een enkel klein geluid uit de omgeving kan soms de pijn die grote geluiden achterlieten verzachten.

Vannacht in bed hoorde ik de eerste ganzen op trek, ik verheug me al op de terugkeer van de roodborstjes, áls ze dit jaar terugkomen; de egels heb ik de hele zomer niet gehoord of gezien.

[RINKELENDE TRAM, OPTREKKEND VERKEER, SPELENDE KINDEREN, DEUR GAAT OPEN EN DICHT, STILTE]

Luisterend naar podcasts, gespitst op hoe het verhaal verteld wordt, duurt het lang voordat ik ontdek dat ik eigenlijk vooral veel niet hoor. Ondanks een hoop audio vind ik het oorverdovend stil als het gaat om betekenisvol geluid. En dan bedoel ik niet het illustratief laten horen van iemand die in een wortel bijt als er ook expliciet een wortel benoemd wordt, of het gebliep van het kassasysteem dat invalt zodra we zogenaamd in het kantoor van een supermarkt terechtkomen.

In de podcast A Cow a Day achtervolgt Pejk Malinovski op straat een koe en die wonderlijke reis ontvouwt zich tegen de sonische achtergrond van Varanasi. Ik hoor verschillende dieren, mensen en wat ze doen. Ze graven, vegen met zo’n typisch handvegertje, varen in motorbootjes, voeren tempelrituelen uit. Even ben ik écht weer terug in India, aan de hand van de geluiden om ons heen reis ik met Malinovski’s verhaal mee.

[ROOMTONE, GETYP, ZUCHTENDE PERSOON]

Ga een tijdje zitten, op de plek waar jouw verhaal zich afspeelt en luister goed. Om een goede ingang te vinden, waardoor je de auditieve wereld van het verhaal kunt betreden. Tijdens je wandeling door de ruimte van het audioverhaal vul je je tas met diverse schatten, informatie, de mooiste gesprekken, uitsneden van geluiden uit de wereld van het verhaal. En daarmee klaar beluister je je selectie, je onderzoekt welke patronen, tegenstellingen of vormen van klankrijm je vindt.

Je onderzoekt welke geluiden de scène maken, neem ik aan. Vreemd genoeg mis ik precies die echte geluiden in audioverhalen. Geluiden die in een podcast wel af en toe summier gemonteerd worden om de atmosfeer of een overgang te creëren, zoals een tikkende of rinkelende wekker, of een dichtslaand portier. Maar waren er meerkoeten, was er wind?

Wanneer ik luister naar de wereld om me heen klinkt die multidimensionaal en gelaagd. Soms saai en soms intens irritant. Altijd zalig meerstemmig.

Het gekke is dat die omgevingsgeluiden, die realtime belangrijk zijn om te weten waar je bent, zeg regen (regen in het bos klinkt totaal anders dan op het Centraal Station, of wanneer je binnen zit) en voorbijscherende motoren, in een opname voor een audioverhaal hinderen. De opname moet zo schoon mogelijk, alsof we in een dode kamer zijn. Meestal is een audioverhaal behoorlijk kaal en om die kaalheid te verbloemen wordt er veel (bestaande) muziek onder audioverhalen gemonteerd. Ik vind dat een zwaktebod en bovendien irritant.

[FATBIKE-BANDEN ZOEMEN OVER STOEP, KOOLMEZEN ALARMEREN ELKAAR]

Hoe kan ik wat ik ervaar als het cruciale verschil in audioverhaal en geschreven tekst goed verwoorden? Woorden, geschreven of gesproken, roepen associaties op, beelden en geluiden, emoties. En gesproken woorden leidden mij, luisterend naar podcasts, lange tijd af van het feit dat ik auditief niet kan verbeelden wat je zegt, als je er een raar viooltje of drukke soundscape onder zet. Dan zie ik bijvoorbeeld mensen die (door louter woorden neergezet) in een woonkamer in de krant bladeren, maar op mute. Mijn hoofd verzint er nu het knisperen van de krant of de spinnende kat niet bij. Audio kan dwingend zijn, verdringend. Het duurde lang voor ik opmerkte en kon verwoorden wat ik auditief mis in podcast, ook al valt er – in eerste instantie – veel te horen.

De auditieve wereld, die me gewoonlijk omringt en waardoor ik tijd beleef, ontbreekt. Op de boot waar ik logeer als ik in Amsterdam verblijf, kan ik op zomerse zondagen aan het klotsen van het water ongeveer horen hoe laat het is. Rond het middaguur beginnen de mensen in hun plezierbootjes over de Amstel te varen, midden in de nacht is de gracht heel stil. Aan de grommende sliert die zich terugtrekt in de verte hoor ik dat de spits voorbij is, dat het rustiger zal zijn op de paden in het Vondelpark. De lente is in aantocht als de halsbandparkieten zich bij het vallen de avond schreeuwend in de platanen verzamelen.

Wanneer ik enkele afleveringen van Field Recordings beluister, variërend in lengte, louter aaneengesloten veldopnamen op een specifieke plek, realiseer ik me dat het waarschijnlijk veel vraagt om een goede veldopname te maken en om die te comprimeren en te verwerken tot podcast, zoals Malinovski van elf uur veldopname een vloeiend verhaal van nog geen half uur maakt.
Een aflevering van Field Recordings is geen verhaal. Wel opent Field Recordings voor mij de werelden die ik in audioverhalen, hoe goed qua verhaalstructuur soms ook, toch mis. dat dus. is een fictieserie over drie vrienden die vermoeden dat iedereen het volwassen-zijn beter begrijpt dan zij en daarover praten ze met elkaar. Personage Niek stuurt in aflevering 11 van dat dus. een spraakbericht naar Jos met de boodschap dat hij hier echt weg wil, maar Niek is voor mijn gevoel helemaal nergens. Misschien in een dode kamer.

[VELDOPNAME VAN DEELNEMERS VAN LAB, GEFLUISTER, FADEN NAAR STILTE]

Een vertelling ontstaat in twee of meerdere instanties. Het enige echte audio-liveverslag dat me te binnen schiet is de Tour de France op de radio. Zo’n luisterverhaal uit eerste hand is een lange zit, de dagelijkse afleveringen beginnen dan ook als de renners al uren bezig zijn. Om de tijd te doden delen de verslaggevers achtergrondinformatie en roddels, om plots opgewonden te schreeuwen over een demarrage of een valpartij. In een liveverslag geen geraffineerde storytelling en spanningsopbouw, de opwinding tussen start en finish is er soms gewoon. Of niet.

Weet je wat het is: die verslaggevers verslaan de Tour in een studio vanaf een scherm, gevuld met beeldmateriaal van collega’s ter plaatse. Het is een kadrering van een al gekaderd beeldverhaal, daar vallen steeds meer details weg en dat maakte het zogenaamde liveverslag op de radio kaal. Toen ik in mijn studententijd de Tour zag op televisie, realiseerde ik me pas dat ik hoorde, wat ik eerder niet hoorde. De enige keer dat je de Tourgeluiden op de radio écht hoorde, was tijdens een interview met een renner. Na de finish.

[DOF GERINKEL VAN SLEUTELS, DOF PIEPENDE DEUREN, DOF ONDUIDELIJK GERITSEL, GEROEZEMOES VAN ZACHT PRATENDE MENSEN]

Afgelopen zomervakantie wilde ik mezelf trakteren op een uitje. Ik legde contact met een beheerder van de TU Delft en samen betraden we de dode kamer.

Visueel ziet het vertrek er mindblowing en sci-fi uit; de geometrische schuimrubberen vormen van één meter diep, die om en om tegen zes kanten van de ruimte uitsteken (je loopt op een soort spiraalbodem boven de bodem), absorberen geluidsgolven. De dode kamer klinkt droog, maar geluid is er springlevend. Ik verwacht doodse stilte maar ik kan de beheerder gewoon horen. Wat ik bedoel is: de woorden die hij spreekt komen alléén maar uit zijn mond, in een rechte zowat zichtbaar klare lijn. Geluid zonder chaos, zonder overal tegen aan te botsen en duizelingwekkend te weerkaatsen.

Slaperig word ik ervan, ik hoor mijn eigen ademhaling, pompende hartkamers, mijn tinnitus. Maar ik hoor nog iets anders, iets wat ik niet als lichaamseigen ervaar. Op vier symmetrische punten in de kamer, ik loop erheen en ervan weg, hangt duidelijk het spacelike zoemen van elektriciteit. Ik kijk op, hoog boven in de lucht vier ouderwetse spaarlamppeertjes aan kabels.

Jam van der Aa is een van de deelnemers aan Van A, naar B, naar Podcast, twee schrijflabs ontwikkeld door Domein voor Kunstkritiek en Podcastnetwerk om een gegronde kritiek voor podcasts en audioverhalen te stimuleren. Mediapartner is De Groene Amsterdammer, host is ILFU, presentatiepartner is OORZAKEN Festival. De schrijflabs worden financieel mede mogelijk gemaakt door de Gemeente Utrecht en het K.F. Hein Fonds. Lees ook de andere teksten van de deelnemers op de website van De Groene Amsterdammer en in dit dossier.