Een vliegend symbool vangen

Daan Windhorst is volgens zichzelf geradicaliseerd. Maar wat bedoelt hij daar precies mee? Iedere aflevering van zijn solospreekbeurtpodcast ‘💙❤️🦆’ (blauw hartje rood hartje eend) bestaat uit een persoonlijke monoloog doorspekt met een millennialesthetiek aan geluidseffecten. Denk bijvoorbeeld aan het monteren van drie korte staccato game-geluideffectjes na het uitspreken van de naam van de podcast (‘ploing-ploing-piep’), sarcastisch gebruik van een luchttoeter die ook door veel dj’s wordt gebruikt (‘peeh-peeh-peeh-peeeuw’) nadat er iets totaal niet opzienbarends wordt gezegd, en vele korte ingemixte fragmenten uit de popcultuur van de jaren negentig en nul (een persoonlijke voorkeur van Windhorst: absurdistisch cabaretduo Droog Brood). Windhorst en ik delen door minimaal leeftijdsverschil veel van dezelfde culturele referenties. Wanneer hij een kort muziekfragment van Alanis Morissette die ‘It’s like rai-ai-ai-ain’ zingt tussen zijn eigen woorden monteert begrijp ik meteen dat hij erop doelt  dat iets ironisch bedoeld is (het fragment komt uit haar hit Ironic uit 1997). 

Uitgangspunt van de podcast is dat Windhorst iedere aflevering een emoji bespreekt, die hij aan het eind van de aflevering in zijn emojiklassement plaatst. Er bestaan momenteel bijna vierduizend emoij, Windhorst heeft tot nog toe dertien afleveringen gemaakt. Alleen al dit gegeven, het tegen de klippen op werken aan iets waarin veel persoonlijke tijd en moeite gaat zitten, heeft iets ontroerends. Windhorsts manier van spreken klinkt enerzijds losjes, alsof iemand in de kroeg, licht mansplainend, zijn laatste fascinatie met je bespreekt. Anderzijds is hij ook aandoenlijk nerdy, en af en toe slaat hij wel erg persoonlijke zijpaden in. De luisterervaring is als instappen in een rijdende trein, soms word je door een geluidseffect even opgeschud: we zijn bij de volgende halte beland.

Door de enorme woordenstroom waarop Windhorst de luisteraar laat meedrijven heeft de podcast soms iets prekerigs, maar ook blijkt achter iedere emoji een verhaal waarin oprechte emotie een rol speelt schuil te gaan. In zijn podcast vermengt Windhorst het persoonlijke met iets groters. Zo wordt iedere aflevering langzaam duidelijk dat Windhorst het niet slechts over de emoji in kwestie wil hebben. Hoewel hij soms ingaat op hoe lang de desbetreffende emoji al bestaat of waarvoor deze gebruikt wordt (zoals ‘geit’ kan staan voor de GOAT, the greatest of all time), blijkt Windhorst het eigenlijk ergens anders over te willen hebben: de cultuur die achter het symbooltje schuilgaat. 

Uiteindelijk blijkt de motor achter Windhorsts betoog vaak zijn verontwaardiging te zijn. Bijvoorbeeld over de illusie van kunstmatige intelligentie die wordt besproken in de aflevering over emoji ‘sterretjes’. Waar Windhorst naartoe wil is de plek waar technologie aan menselijk leed raakt. Achter de AI zitten namelijk mensen die het model moeten trainen en testen. Windhorst baseert zich hierbij onder andere op het boek Empire of AI van Karen Hao, dat ingaat op het extractivisme, waaronder ook de menselijke uitbuiting door OpenAI. Zoals in Kenia, waar mensen tegen extreem lage vergoedingen het AI-model moeten trainen en annoteren en daarbij continu geconfronteerd worden met extreem geweld en misbruik, zonder dat ze daarbij aanspraak kunnen maken op psychische nazorg. Bovendien werd van de een op de andere dag de stekker uit hun werkzaamheden en bestaanszekerheid getrokken.

Terug naar Windhorsts radicalisering. Deze is aanleiding voor de aflevering die verscheen op 26 oktober 2025. Startpunt is de emoji ‘duif’; een vliegende witte duif met olijftak in de snavel. Niet al te verrassend gaat deze aflevering over ‘de duif en de tak in zijn mond. Het is een aflevering over vrede, over onze rechtsstaat. En het is een aflevering over twee bomen.’ Windhorst vertelt hoe er in zijn naam twee bomen zijn geplant, door twee verschillende organisaties. Voor zijn vijfendertigste verjaardag kreeg Windhorst een in Gaza teruggeplante olijfboom cadeau. Ook bij Windhorsts geboorte werd er een boom geplant; zijn grootvader doneerde aan het Joods Nationaal Fonds, opdat ze een pijnboom zouden planten. Onder dit segment zit langzame ambientmuziek gemonteerd, die kort wordt onderbroken tijdens een zijspoor over Windhorsts grootvader, daarna gaat de muziek weer verder. ‘Al honderden jaren voor de westerse jaartelling werden er in Palestina olijven gegroeid, geplukt en geperst. Olijfgaarden worden doorgegeven van generatie op generatie. De bomen zijn stug en blijven ook groeien in tijden van droogte.’ Zoals Windhorst terecht stelt: het is niet moeilijk om daar een metafoor in te zien. 

Wat Windhorst vervolgens verhaalt overlapt aanzienlijk met het artikel van Frida Boeke dat op 27 september 2025 op De Correspondent verscheen, het wordt in de bronvermelding in zijn outro genoemd. Zowel de aflevering als dit artikel zetten uiteen hoe het JNF pronkt met bomen planten als symbool van herdenking; een gebruik dat ze zelf in het leven hebben geroepen. Wat het gebruik ook doet is bijdragen aan de etnische zuivering van Palestijnen, doordat de pijnbomen als opvulling van land de Palestijnen ervan weerhouden terug te keren naar de grond waarop zij eerder olijven verbouwden. Zoals Boeke ook aanhaalt: ‘De bomen zijn onderdeel van iets groters. Nederlanders dragen al dan niet bewust bij aan de ontstaansmythe van Israël, dat leidde tot onvoorwaardelijke steun.’ Tekenen van eerdere aanwezigheid van Palestijnen verstoren het droombeeld van de bezetters en daarom plantten ze bomen. Voor dit uitlegintermezzo wordt de muziek kort onderbroken. Kolonisten proberen door het wegvagen van fruitbomen het land tot bezit van hun staat te maken. Windhorst: ‘Zo is een groot deel van de Westelijke Jordaanoever toegeëigend.’ Hij ergert zich aan de vanzelfsprekendheid van de steun aan Israël in het Nederlandse debat. De ambientmuziek zwelt aan en bouwt zich op. ‘Sinds 2023 zijn er geen noemenswaardige olijfoogsten meer geweest en zijn zeker een miljoen olijfbomen weggevaagd.’ Stilte. 

Windhorst even later peinzend: ‘Ik heb altijd geweten dat onze idealen gebutst zijn, we hypocriet leven en nooit hebben kunnen voldoen aan wat we zeiden dat onze idealen waren. (…)  Ik weet dat het ons nog niet gelukt is, maar ik geloof wel dat iedereen recht heeft op hetzelfde. Ik geloof dat als volkerenmoord gepleegd zou worden uit naam van iemand die toevallig een bondgenoot is, dat Nederland dan zou ingrijpen. Maar er gebeurt niets.’ 

Windhorst gaat met zijn emoties om door dingen uit te zoeken. Vaak begint hij hiervoor bij de website goedevraag.nl, waar men vragen kan stellen en anderen deze beantwoorden, en soms pakt Windhorst er een etymologische verklaring bij. Voor de aflevering over ‘klinkende glazen’ begint hij bij iemand die op internet de vraag stelde: ‘Waarom drinken we champagne op Oudejaarsavond?’, en voor de emoij ‘zwart vinkje’ wordt verklaard dat deze mogelijkerwijs afstamt van de letter V, verwijzend naar het Latijnse veritas (waarheid) of vidit (gezien) en is vernoemd naar de zangvogel vink, omdat het symbool op een vliegend vogeltje lijkt.

Ook bij de aflevering over ‘duif’ leidt deze uitzoekneiging tot een wat langdradige inleiding met voor-de-hand-liggende invalshoeken. Windhorst komt na het noemen van de Latijnse naam van de vogelfamilie duiven, het geluid dat tortelduiven maken (klinkt als ‘I love you’) en het recht op het houden van duiven uit bij Noach. Vervolgens klinkt er een kort fragment van de Nederlandstalige versie van het zoetsappige ‘Ein bisschen Frieden’ van Duitse Songfestivalwinnares Nicole. 

Interessanter is het gedeelte van de aflevering waarin Windhorst vertelt over het motief van de duif in Picasso’s werk. Een lithografie uit 1949 werd de poster voor het wereldcongres van intellectuelen voor de vrede dat in Parijs werd georganiseerd, zogenaamd een onafhankelijk symposium over internationale vrede, maar in werkelijkheid georganiseerd door een frontorganisatie. Op het wereldcongres werd gepleit voor vrede met de Sovjet-Unie en kritiek geuit op de oprichting van NATO eerder dat jaar. Het is wellicht geen toeval dat dit alles zich kort na het begin van de Nakba afspeelde, denk ik direct door Windhorsts introductie over de bomen. De term ‘vrede’ kan makkelijk gekaapt worden voor propagandadoeleinden; ‘vrede’ is iets waar niemand tegen is, totdat ze concreet wordt. 

Betekent die duif wel ‘vrede’? Of is het een symboolvogel die God op ons afstuurt om aan te geven dat hij even klaar is met het noodlot uitstorten? Windhorst analyseert aan de hand van socioloog Galtung de betekenis van ‘vrede’. Volgend uit een negatieve opvatting is vrede niets meer dan stabiliteit of de status quo; een positievere vorm van vrede bestaat ook uit samenwerking, onderhandeling, compromis. De muziek onder dit segment is duidelijk moderner, meer opbeurend elektronisch en minder clichématig tongue-in-cheek retro. 

Het heeft iets naïefs en ongemakkelijks, de roep om ‘Peace Now!’; gewoon stoppen met vechten. Windhorst verbindt dit aan Kohlbergs theorie van morele ontwikkeling. Het postconventionele niveau van moraliteit lijkt naïef in verhouding tot het realistischere, maar lagere niveau van het respecteren van wetten en regels. Bij dat laatste zit je gevangen in een frame; op het postconventionele niveau laat je zien dat het ook anders kan. Met Kohlberg zelf loopt het niet vredig af, hij verdrinkt zichzelf in het water van de haven van Boston. Windhorst laat opnieuw een kort muzikaal intermezzo van de al eerder gehoorde kitschschlager ‘Een beetje vrede’ horen, dat opeens een wrange bijsmaak heeft. 

Dan verlegt hij plotseling de aandacht naar een ander vredessymbool: de vrucht van de tak die de duif in zijn snavel houdt; de olijf. Als ik op zoek ga naar de ‘olijf’ emoji in mijn telefoon, krijg ik naast een plaatje van een gevulde olijf en een met-olijf-gegarneerde martini, ook de ‘duif’ emoji als suggestie. Tegen het einde van de aflevering blijft de muziek verder aanzwellen en ernstiger worden en we horen plots Yesilgöz: ‘We blijven het recht van Israël om zichzelf te verdedigen vol steunen.’ Windhorst lijkt hierop rechtstreeks met de VVD in debat te willen gaan: ‘Tienduizenden burgerdoden, de systematische uitroeiing van een volk op vijf uur vliegen hier vandaan.’ Deze systematische vernietiging van de Palestijnen heeft Windhorst doen radicaliseren. Maar het was niet alleen het handelen van de IDF dat hiervoor zorgde; vooral de manier waarop Nederland Israël geen strobreed in de weg heeft gelegd heeft hieraan bijgedragen.

‘Hoe asymmetrisch moeten de verhoudingen in slachtoffers worden voordat het niet meer jezelf verdedigen is?’ De vanzelfsprekende steun aan Israël is gekmakend voor Windhorst. ‘Zien jullie niet wat er aan de hand is?’, zegt Windhorst met wanhoop in zijn stem, zich richtend op de gevestigde orde binnen de politiek, maar ook de luisteraar in het algemeen. Het idee dat het simpelere, lagere niveau van moraliteit – ‘we houden ons aan verdragen’, ‘dit is de rechtsorde’ – voorrang heeft op de verontwaardiging van postconventionele moraliteit, is niet alleen voor Windhorst, maar ook voor mij gekmakend en radicaliserend geweest. Hoe beschamend is het dat ‘wij’ genocidaal geweld sinds 1948 zijn blijven toestaan ondanks het tekenen van een VN-verdrag in datzelfde jaar?

Wat is radicalisering: is het je bek opentrekken wanneer je ziet dat een ander onrecht wordt aangedaan? Voor Windhorst zit het grotendeels in de ontgoocheling over dat hetgeen je altijd verteld is niet de hele waarheid, of zelfs ronduit een leugen blijkt te zijn. ‘Ik weet nog niet wat ik moet, nu ik geradicaliseerd ben. Ik weet nog niet precies hoe je politiek meedoet als je niet meer gelooft in de oprechtheid van het systeem of een groot deel van de deelnemers. Maar ik ga eerst maar gewoon stemmen, omdat ik daar nog wel in geloof’, verzucht Windhorst. Maar radicaliseren is ook je niet meer neer willen leggen bij, zelfs het doorbreken van de status quo en in actie komen. Voor Windhorst bestaat dat naast stemmen in ieder geval ook uit een podcast maken, die een veelal sentimenteel punt maakt. Het lukt hem mij daar als luisteraar in mee te krijgen. 

Misschien slaagt Windhorst daar bij mij in omdat we van dezelfde generatie zijn, ik herken de leugen waarin Windhorst geloofde. Een van de laatste fragmenten die hij in de aflevering laat horen komt uit de documentaire Fortuyn: On-Hollands, waarin mensen in de jaren negentig genoegend vertellen dat ze op extreemrechtse politicus Janmaat hebben gestemd. Een ‘fuck you’ geven naar de rest van de samenleving; de mensen in de documentaire ogen of klinken niet bezorgd of bang, het is ressentiment dat het fragment kleurt. Ik begon in die tijd slechts een eerste vaag besef te krijgen van het idee van politieke partijen, namen en gezichten. Fortuyn was naast Kok, Lubbers, Van Mierlo, Zalm, Netelenbos, onderdeel van eerste politieke generatie waarvan ik weet had. 

Ooit leken idealen volgens Windhorst ‘een leuk verhaaltje waar we samen in geloofden’. Uit de Fortuyn-documentaire blijkt ook hoe lang dit ressentiment er al is, maar misschien waren zowel Windhorst als ik als kinderen van de vroege jaren negentig daar destijds nog blind voor. Windhorst wil blijven geloven in een democratie en dat eenieder het recht heeft om mee te beslissen hoe, en door wie we geregeerd worden. ‘Het westen heeft dit gewoon laten gebeuren, (…) terwijl ondertussen alleen het recht van de sterkste geldt.’ Het vasthouden aan de sociale orde lijkt te regeren boven universele ethische principes. 

Radicaal betekent ook: zonder uitzondering. En ik denk dat dit is waar Windhorst op doelt: waarom wordt er voor Israëli ten opzichte van Palestijnen een uitzondering gemaakt die niet gemaakt zou moeten worden? Windhorsts podcast is niet alleen in deze aflevering, maar ook in andere afleveringen vaak moraliserend; ergens halverwege deze aflevering roept hij de luisteraars letterlijk toe: ‘Jongens, oorlog; slecht!’ Windhorst weet nog niet wat hij nu moet, nu hij geradicaliseerd is, hoe kan je nog meedoen als je niet meer gelooft in de oprechtheid van het systeem en dat van de deelnemers? We kunnen echter niet langer de illusie koesteren dat politieke verandering door regeringen wordt gerealiseerd.

Naast een podcast maken zijn er gelukkig nog talloze andere dingen die we wel kunnen doen. Maar vasthouden aan lineaire vertelvormen en vasthouden aan conventionele moraliteit is daar in ieder geval geen onderdeel van. Het werkt simpelweg niet om een lineair narratief te gebruiken wanneer je iets wilt vangen als een duif. Een symbool dat er in de eerste instantie iconisch uitziet, maar eigenlijk volstrekt gecompliceerd blijkt te zijn. Misschien geloofden we ooit allemaal in vrede, alleen is dit nooit dezelfde vrede geweest. Windhorst: ‘We hebben altijd geweten dat we hypocriet leven en niet hebben kunnen voldoen aan wat we zeiden dat onze idealen waren.’ Het heeft dan ook geen zin om normen en regels van meerderen over te nemen. Windhorst plaatst de duif-emoji als gecompliceerd symbool in het midden van zijn emojiklassement. Wat mij betreft had de duif na zijn betoog ook gediskwalificeerd mogen worden.

Simone Wegman is een van de deelnemers aan Van A, naar B, naar Podcast, twee schrijflabs ontwikkeld door Domein voor Kunstkritiek en Podcastnetwerk om een gegronde kritiek voor podcasts en audioverhalen te stimuleren. Mediapartner is De Groene Amsterdammer, host is ILFU, presentatiepartner is OORZAKEN Festival. De schrijflabs worden financieel mede mogelijk gemaakt door de Gemeente Utrecht en het K.F. Hein Fonds. Lees ook de andere teksten van de deelnemers op de website van De Groene Amsterdammer en in dit dossier.