Art Brussels 2014

foto: Daphne Rieken

“ Een samenleving kan niet zonder goede kunst en goede kunst niet zonder een publiek gesprek. (..) Laten we beginnen met de kritiek de ruimte te noemen waar dat publieke gesprek gevoerd kan worden. “

Het Domein zet zich in voor de kritiek van de toekomst, en het eerste dat we hierover in ons manifest zeggen is dat het ons om het publieke gesprek gaat. De kritiek is een manier van denken, een houding, die je ook kan uitdrukken in voor- en nagesprekken, in debatten of kunstenaarsgesprekken. Maar vooral is het dus een ruimte waar je met elkaar in gesprek kan gaan – over de betekenis van het werk, over de maatschappelijke context waarin het zich onvermijdelijk bevindt en over persoonlijke drijfveren en conflicten.

Dat gesprek wordt natuurlijk niet alleen op een podium gevoerd- of op papier tussen criticus en maker. Nee, het begin van een gesprek ligt bij het werk en de beschouwer. Soms heel intiem, bijvoorbeeld wanneer je in je eentje naar het museum gaat en oog en oog staat met iets dat je lijkt te begrijpen. Een werk waarin een nieuwe betekenis daagt. Of juist  heel open, als je bijvoorbeeld met een groep naar het theater gaat. Er spelen zo veel voorstellingen als dat er mensen in de zaal zitten. Iedereen heeft zijn eigen ervaring, en toch is er na afloop die herkenning in elkaars woorden over wat er zich op het toneel afspeelde.

De vraag is hoe deze persoonlijke ervaringen zich verhouden tot het publieke gesprek. Is kunst een individuele ervaring en is het genoeg als we een manier vinden om dit met elkaar te delen. Of zoeken we naar manieren om het individuele te overstijgen en maken we (aldus Thijs Lijster op de Correspondent, maart 2016) van het esthetisch oordeel weer een publieke zaak? Gaan we op zoek naar gemeenschappelijke waarden en criteria?

Volgens het Domein is het belangrijk om het publiek onderdeel te maken van dat gesprek. Het is aan de criticus, en/of de kunstenaar, om het gesprek op een interessante manier vorm te geven. Hoe laat je mensen aan het woord, hoe zorg je dat er ruimte is voor ieders eigenheid – en dat het toch gaat over het gemeenschappelijke: namelijk dat werk dat je bespreekt. Hoe creëer je een omgeving waarin er ruimte is voor kritiek te geven en te ontvangen. ( Op het moment dat de maker zelf aanwezig is – of als je kiest voor een online vorm – hoe modereer je een discussie. etc )

In deze serie publiceren we voorlopige uitkomsten van (theater-) makers , kunstenaars en critici die het gesprek aangegaan zijn. Het kritisch potentieel ligt in het moment dat het gesprek gevoerd wordt. En kan soms weer gedeeld worden door het schrijven van teksten of het maken van audio-visuele producties.

Voor de eerste editie mogen we een tekst van theatermaker Anna van der Kruis publiceren. Op Theaterboulevard 2016 voerde zij vijfenvijftig gesprekken met bezoekers van voorstellingen die ze in veel gevallen zelf niet gezien heeft.

De uitkomsten

Anna van der Kruis

Dicht bij Anna – theatermaker Anna van der Kruis in gesprek met de bezoekers van Theaterfestival Boulevard.

In een samenleving die zo leunt op feiten, bewijzen, selfies en statistieken, staat de beleving van een voorstelling op zich. Dat er twee acteurs en vijf decorwisselingen waren, zegt zo weinig over hoe een stuk nu echt wàs. Welke woorden geef je aan de ervaring van een plotseling inzicht, een confronterend beeld of de tijd die zo langzaam verstrijkt?

Toneelschrijfster Anna van der Kruis ging in gesprek met bezoekers. Niet zozeer om bewijslast te verzamelen over hoe de voorstelling die je gezien hebt precies heeft plaatsgevonden, maar wel om in alle intimiteit woorden te verzamelen die je kunt delen.

Naar de gesprekken